Een kunstschilder die in de traditie van de fijnschilderkunst
werkt heeft met drie hoofdzaken te maken:
De compositie, de schildertechniek, het palet, en het
vakmanschap om de verf te mengen.
Om een compositie te maken heb je het oog nodig van een
fotograaf.
Daarom heeft Robert van Beurden lessen gevolgd bij een
gerenommeerde fotograaf in Amsterdam.

Voor een mooie compositie heb je interessante voorwerpen
nodig en de juiste producten, zoals die ene appel of citroen,
die net een spannender vorm heeft dan alle andere.
Robert van Beurden maakt ook graag gebruik van antieke
voorwerpen,omdat deze getuigen van een vakmanschap
waarvan hij houdt. Bovendien schildert hij in de 17e eeuwse
stijl, zodat voorwerpen uit die tijd op natuurlijke wijze in zijn
composities passen.

Ten slotte is er nog die bijna ongrijpbare synergie die
voorwerpen met elkaar moeten hebben.
Ze moeten het gevoel geven dat ze zonder elkaar niet
kunnen bestaan,alsof ze een geheel vormen.